\ //
VPRA

Mobiel communiceren met tieners

Cora Zaaijer

Cora Zaaijer

Directielid / senior communicatieadviseur

Donderdagmiddag, ik zit op kantoor te werken. Mijn mobiel trilt. Op het display zie ik de naam van mijn 16-jarige zoon. Zou hij ziek zijn, gewond of ongelukkig? Of zou het een pubergevalletje zijn over geld, sleutels of afspraken? ‘Mamsie…’, klinkt het lief. Ah, hij moet wat van me. ‘Mag ik een slang als huisdier?’. Die vraag had ik niet verwacht. Ik weet niet hoe snel ik ‘NEE!’ moet roepen, om er resoluut aan toe te voegen ‘niet in mijn leven’. Ik leg neer. Als ik het vervolgens aan, de mij vragend aankijkende collega vertel, heeft die de rest van de middag lol.

 

Altijd online, maar toch onbereikbaar
Mijn tieners bellen of appen wel vaker tijdens mijn werk. Over cijfers, afspraken met orthodontisten of kappers, tijden van sporttrainingen en (dagelijks) met de vraag ‘wat eten we?’. Soms voeren ze ook volledig nutteloze WhatsApp gesprekken met me. Die beginnen meestal met ‘HOI’ en eindigen in een reeks emojis. Natuurlijk word ik geacht overal direct op te reageren. Andersom werkt dat niet zo. Als ik hen bel of app met de vraag of ze de hond uit willen laten of een boodschap kunnen doen, zijn ze opeens onbereikbaar.

 

Genegeerd of gepiepeld
Die mobiel hebben we ze toch vooral gegeven om ze te bereiken? Daar denken mijn kinderen duidelijk anders over. Als ik me bijvoorbeeld ’s nachts om een uur of twee afvraag waar ze zijn, word ik via WhatsApp genegeerd of gepiepeld. Hoe zo’n WhatsApp gesprek gaat? Ik: ‘Hoe laat thuis??’. Geen antwoord. Ik: ‘Waar ben je?’. Antwoord: ‘Hier’. Ik: ‘WANNEER THUIS?’. Antwoord: ‘Straks’. Ik, nogmaals: ‘Waar ben je?’. Als antwoord krijg ik een locatie-pin uit het centrum. Ik: ‘Wat doe je daar?’. Puber: ‘Staan’. Tja dan ben je als ouder uitgepraat.

 

De drie h’s
Met weemoed denk ik terug aan de tijd dat ze nog klein waren. Om 8.00 uur brachten we ze naar de kinderopvang, waar ze de hele dag sliepen, speelden, knutselden en aten. Zelf bellen konden ze nog niet. Dus als de telefoon ging, was het een leidster. En dan ging het over de drie h’s: huilen, hoesten en hangerig. Soms kon je de leidster overhalen de dreumes met een aspirientje op een bank te leggen, maar meestal moest je ze ophalen. Ik heb heel wat middagen geprobeerd thuis te werken met een vrolijk kind, dat spontaan geen h’s meer vertoonde en ook geen middagslaapje wilde doen.

 

Speelafspraaktelefoontjes
Eenmaal op de basisschool viel het, vergeleken met nu, ook wel mee. Er werd die jaren vooral gebeld over gymcapriolen, schoolpleinaanvaringen of ongewenst gedrag. Telefoontjes die niet zelden eindigden bij de huisarts. Probeer dan nog maar eens te werken. En dan waren er natuurlijk de speelafspraaktelefoontjes. Als rond een uur of drie mijn mobiel ging, wist ik het al. Vaak belde de oma of oppas van een onbekend kind. Of ze daar mochten spelen. Door het kabaal van honderden andere kinderen op het schoolplein verstond ik meestal de helft niet en had dus geen flauw idee waar ik ze aan het eind van de dag moest ophalen.

 

Koekje van eigen deeg
Maar het stelt allemaal niets voor bij de mobiele aandacht die pubers nodig hebben. Dat je als ouder een baan hebt en verantwoordelijkheden, is voor een tiener natuurlijk volstrekt irrelevant. Maar ik bestrijd ze tegenwoordig met hun eigen wapens, zodat ik ook nog aan mijn werk toekom. Ik laat ze rustig ‘op blauw’ staan, heb mijn online status verborgen en communiceer alleen nog maar in afkortingen. LOL.


0 Reacties

Plaats uw reactie