VPRA

De participatiesamenleving? Niets nieuws onder de zon.

“De klassieke verzorgingsstaat moet plaatsmaken voor een participatiesamenleving”, zo zei koning Willem-Alexander in zijn eerste troonrede. Volgens de koning wordt van iedereen die dat kan, gevraagd om verantwoordelijkheid te nemen. Een schokgolf ging door Nederland. Want participeren, in de zin van meepraten, meedenken en inspreken op allerhande plannen, dat kennen we wel. Maar dat bedoelde de koning niet. De koning, nou ja, het kabinet, want de troonrede is een toelichting op de kabinetsplannen voor het komende jaar, had het over meedoen, waar mogelijk zelf doen én meebetalen. En dat betekent dus heel concreet: het overnemen van taken die vroeger geheel of gedeeltelijk bij de overheid lagen. Dat is wennen. En even omschakelen.

 

Alhoewel. Is het echt zo nieuw? Ik denk het niet. Dat komt wellicht, omdat ik dagelijks werk in een omgeving waar participatie onderdeel is van de werkwijze. En participatie hand in hand gaat met communicatie. Sinds twee jaar werk ik als communicatieadviseur voor het programma Zuidwestelijke Delta. Daarin koppelen we nationale opgaven als waterveiligheid en voldoende zoet water, aan regionale opgaven als het opnieuw gezond maken van de deltawateren en het stimuleren van de economie. Dat doen we niet vanuit een ivoren toren, maar samen met de provincies, gemeenten en waterschappen. En met deskundigen bij kennisinstellingen, maatschappelijke partijen én bedrijven. Zij werken samen vanuit een gedeelde ambitie. Het programma faciliteert, zij vullen in. Het is een intensief proces, met veel bijeenkomsten, ontwerpsessies en tal van nieuwe ontdekkingen. En waarin we afstand nemen van het oude en openstaan voor het nieuwe. En dat laatste betekent: er niet van uit gaan dat de rijksoverheid automatisch de uitvoering en financiering voor haar rekening neemt. Die tijd is voorbij, terecht of onterecht. Wie mee wil doen, moet participeren. Echt meedoen, waar mogelijk zelf doen en (mee)betalen.

 

Wat levert die participatie op? Veel! Gezien de huidige financiële situatie bij het rijk, wordt nu ingezet op een combinatie van maatregelen. Meekoppelen noemen we dat. Een dijk of dam dient niet alleen de veiligheid, maar biedt ook kansen voor ruimte voor natuur, recreatie en duurzame energiewinning. Daarnaast zie ik ook minder tastbare, maar minstens zo belangrijke zaken ontstaan als: wederzijds begrip tussen partijen, dat zorgt voor onderling vertrouwen. Mensen uit verschillende domeinen die leren elkaar beter te begrijpen. Vanuit een gedeelde visie gaan ze samen op zoek naar de beste strategie en de middelen om die visie uit te voeren. In die fase is het programma nu aanbeland. Op grote lijnen is er eensgezindheid, nu moet de daad bij het woord worden gevoegd. Het zou mooi zijn als de plannen straks een bijdrage kunnen leveren aan het vergroten van de waterveiligheid en ook kosteneffectief zijn, draagvlak hebben en gekoppeld kunnen worden aan weer andere doelen. En lukt dat niet (maar daar geloof ik niet in!), dan vormen het wederzijds begrip, onderling vertrouwen en een gedeelde visie een mooie basis om samen weer nieuwe plannen te realiseren.    

 

What’s in it for me? Dat ik meer ben dan communicatieadviseur alleen. In alles wat ik doe, denk ik in termen van ‘samen’ en ‘samenwerking’ en hoe ik dat proces het beste kan faciliteren. Want dat is voor mij de essentie van de participatiesamenleving: samen tot de beste inzichten komen en zo mooie dingen realiseren. En daar is toch niets nieuws aan?


2 Reacties

  • Mariëlle -

    Hé Ann, mooi verhaal.
    Stoer werk doe jij tegenwoording :-)
    Groetjes, Mariëlle
  • Mr.A.W.Vroome -

    inhoudelijk is participeren een moeilijk begrip en zeker
    in haar uitvoering voor gemeentelijk afdelingen, B en W
    en een gemeenteraad.

Plaats uw reactie